Category: uitleg

🚀 Jump to a Lesson:
⏱ Time: 00:00
🚫 Tab switches: 0

De Past Simple (De verleden tijd)

De Past Simple is de gewone verleden tijd in het Engels. Je gebruikt deze tijd voor acties die in het verleden zijn gebeurd en nu helemaal afgelopen zijn.

Signaalwoorden

Je herkent de Past Simple vaak aan woorden die antwoord geven op de vraag: wanneer was het?

  • Yesterday (gisteren)
  • Last week / last year (vorige week / vorig jaar)
  • In 2015 / in June
  • Two days ago (twee dagen geleden)

Hoe maak je de Past Simple?

We delen de werkwoorden op in twee groepen: regelmatig en onregelmatig.

1. Regelmatige werkwoorden (+ed)

De basisregel is simpel: je neemt het hele werkwoord en zet er -ed achter.

  • Walk wordt walked
  • Listen wordt listened

Hier zijn 3 uitzonderingen bij het spellen:

SituatieWat doe je?Voorbeeld
Werkwoord eindigt al op een -eAlleen een -d erachterdance > danced
Eindigt op medeklinker + -yDe -y wordt -iedstudy > studied
(Let op: bij play staat er een klinker voor de y, dus gewoon played!)
Korte klinker + 1 medeklinker (en klemtoon aan het einde)Verdubbel de laatste medeklinkerstop > stopped
trip > tripped

2. Onregelmatige werkwoorden (het rijtje)

Deze werkwoorden hebben hun eigen unieke vorm in de verleden tijd. Hiervoor gebruik je de tweede vorm uit de rij onregelmatige werkwoorden die je uit je hoofd moet leren.

  • Go wordt went
  • Buy wordt bought
  • See wordt saw

Oefenen met onregelmatige werkwoorden voor klas 1 (All Right): Onregelmatige werkwoorden klas 4


Vragen en ontkenningen: De ‘Did’-regel

In het Engels heb je voor vragen en ontkenningen in de verleden tijd een hulpje nodig: did (of didn’t).

Zodra did of didn’t in de zin staat, verklapt dat hulpwerkwoord al dat de zin in de verleden tijd staat. Het hoofdwerkwoord krijgt dan geen -ed en blijft gewoon het hele werkwoord.

Ontkenning: He didn’t call me. (Niet: He didn’t called…) omdat in het Engels deze tijden niet op dezelfde manier gebruikt worden en je dus niet zomaar de grammatica uit het Nederlands kunt overnemen in dit soort zinnen.

Vraag: Did you work there? (Niet: Did you worked…)

Zie ook: Vragen en ontkenningen in de verleden tijd


De Nederlandse Valkuil:

In het Nederlands zeggen we vaak: “Ik heb daar vorig jaar gewerkt“.

In het Engels kan dat niet, omdat het vorig jaar was en dus voorbij is. Je zegt dan simpelweg:

I worked there last year.

Zie ook: Past simple of present perfect?

Exercise 1

0/10
Maak de past simple van de werkwoorden
1. He (walk) to the store.
2. She (talk) on the phone for an hour.
3. They (laugh) at the comedian's jokes.
4. I (watch) a movie last night.
5. You (study) for your exam yesterday.
6. The dog (bark) at the mailman.
7. The cat (meow) when it saw the mouse.
8. The teacher (explain) the lesson to the class.
9. The student (ask) the teacher a question.
10. The car (stop) at the red light.

Exercise 2

0/10
Vul de verleden tijd in van de werkwoorden
1. He (rende) in the park
2. She (zwom) in the pool.
3. He (sprong) over the puddle.
4. She (danste) at the party.
5. We (waren) busy making the test.
6. She (klom) the mountain.
7. He (bouwde) a sandcastle
8. She (schilderde) a picture
9. He (las) a book
10. She (speelde) with her dolls

Exercise 3

Vul de past simple in van de regelmatige werkwoorden.

Leerlinggegevens

Vul je gegevens in om te starten.


Kies een woordenlijst

Vocabulary Game

Score: 0

Woordstatistieken

Loading...

Geen woordenlijsten gevonden

Er zijn nog geen passende woordenlijsten beschikbaar.


Persoonlijke voornaamwoorden zijn woorden die gebruikt worden om te verwijzen naar de persoon of personen die betrokken zijn in een zin. Er zijn verschillende soorten persoonlijke voornaamwoorden in het Engels, zoals:

  • I (ik) – Let op: ALTIJD met hoofdletter!
  • You (enkelvoud) (jij/u)
  • He (hij)
  • She (zij enkelvoud) 
  • It (het) – Let op: dieren zijn in het Engels altijd it!
  • You (meervoud) (jullie/u)
  • We (wij)
  • They (zij meervoud) – Let op: in het Nederlands kan zij één vrouwelijk persoon betekenen, maar ook een groep mensen

Het persoonlijk voornaamwoord is vaak het onderwerp van de zin, maar vaak staat er ook iets anders zoals “the man”, “my teacher”, “the car”, het is belangrijk om dan te weten door welk persoonlijk voornaamwoord je deze woorden kunt vervangen (bijv. he, she, it).

  • My father (=he) works from home.
  • Eva (=she) lives in London.
  • My mother and my sister (=they) like pancakes.
  • My cat (=it!) runs in the garden.
  • My brother and I (=we) like playing boardgames.

Exercise 1

Maak de sleepoefening met persoonlijk voornaamwoorden.

0/9
Sleep de woorden naar de juiste vakken
Sleep een woord naar het juiste vak of klik eerst op een woord en daarna op een vak.
1. (ik) like to read books in my free time.
2. (zij) is going to the store later.
3. (hij) is playing soccer with his friends.
4. (zij) are having a picnic in the park.
5. (wij) are going to the movies tonight.
6. (jij) are welcome.
7. (het) is a beautiful day.
8. (zij) is my sister.
9. (zij) are my family.

Exercise 2

Vervang het onderwerp door het juiste persoonlijke voornaamwoord.

0/10
Sleep de woorden naar de juiste vakken
Sleep een woord naar het juiste vak of klik eerst op een woord en daarna op een vak.
1. (the man) is tall.
2. (my sister) is going to the store.
3. (the dog) is barking.
4. (the girls) are playing in the park.
5. (the boy) is riding his bike.
6. (my parents) are coming to visit.
7. (the cat) is sleeping on the windowsill.
8. (the teacher) is grading papers.
9. (my friends) are going to the movies.
10. (the car) needs to be washed.

Exercise 3

Exercise 4

0/10

Vul de juiste voornaamwoorden in.

1. loves to read books (Mary).
2. are playing soccer (Tom and Alice).
3. has a big dog (Jack).
4. are going to the park (You and I).
5. is raining outside (The weather).
6. have a lot of homework (The students).
7. is a famous singer (Adele).
8. works as a doctor (Sam).
9. live in the same building (My neighbor and I).
10. is very cute (The kitten).
 

Meer oefenen?

  1. https://www.englisch-hilfen.de/en/exercises/pronouns/personal_pronouns.htm
  2. https://www.englisch-hilfen.de/en/exercises/pronouns/mix.htm