Bepaalde lidwoorden in het Engels
In het Engels en het Nederlands heb je bepaalde en onbepaalde lidwoorden. Op deze pagina leer je meer over het bepaalde lidwoord in het Engels. In het Engels gebruik je ‘a’ of ‘an’ voor het onbepaalde lidwoord ‘een’. Als je wilt weten wanneer je ‘a’ of ‘an’ moet gebruiken, kan je klikken op deze link
Bepaalde lidwoorden
In het Nederlands gebruiken wij ‘de’ en ‘het’ als bepaald lidwoord. In het Engels heb je daar maar 1 woord voor, namelijk ‘the’.
Wanneer gebruik ik een bepaald lidwoord en wanneer een onbepaald lidwoord?
De hoofdregel is als volgt:
- Als ik een specifiek mens, dier of ding aanwijs gebruik ik het bepaalde lidwoord (the).
- Als ik niet een specifiek mens, dier of ding bedoel gebruik ik het onbepaalde lidwoord (a/an).
Voorbeelden:
- ‘The teacher is grading tests right now’. Omdat je ‘the’ gebruikt, weet jouw gesprekspartner over welke docent dit gaat. Jullie weten bijvoorbeeld dat dit gaat over jullie docent Engels.
- ‘He has got a red car’. Je weet niet welke auto hij precies heeft, je kan de auto niet aanwijzen. Je weet wel dat de auto rood is.
Geen lidwoord
Soms gebruik je geen lidwoord in het Engels, bijvoorbeeld bij straatnamen of bepaalde instituties (zoals church, university, prison, school).
Voorbeelden:
- He lives on Baker Street.
- We go to school in Dronten.
Vaak is het zo dat je het Nederlands hier heel goed bij kan gebruiken. Als je in het Nederlands geen lidwoord gebruikt, is dit in het Engels ook niet zo en omgekeerd. Let op: er is wel een uitzondering voor straatnamen, die krijgen in het Engels géén lidwoord. In Brits Engels gebruik je vaak ook geen lidwoord als je in een gebouw bent voor de functie waar het voor bedoeld is:
- I’m in hospital – Ik lig in het ziekenhuis
- I’m in the hospital – Ik ben aanwezig in het ziekenhuis (bijvoorbeeld op bezoek)